De man wierp zich in 2024 op als gemachtigde van een familie bij een uithuisplaatsing van een kind en richtte vervolgens zijn pijlen op de betrokken hulpverleners en bestuurders. Zo stuurde hij mails naar medewerkers van de Jeugdbescherming waarin hij vroeg ‘of ze bekend zijn met het vuurpeloton’. Ook verwees hij naar een ‘grote schoonmaak’. Verder noemde de man de betrokken wethouder en rechters ‘kinderontvoerders’ en hij beschuldigde ze van corruptie.
Laster en doxing
Daarnaast maakte de man zich schuldig aan laster en doxing door een zelfgemaakt boek te verspreiden via een openbaar Telegram-kanaal en een webshop. Op de voorkant van dit boek prijkte het hoofd van de wethouder. In de uitgave stonden naast lasterlijke beschuldigingen ook persoonsgegevens.
Soeverein
De man handelde vanuit een ideologisch gemotiveerde afwijzing van de Nederlandse rechtsstaat en beschouwt zichzelf als 'soeverein burger'. Vanuit de overtuiging dat hij het recht en de plicht had om op te treden als belangenbehartiger, ging de man over tot het stelselmatig intimideren, beschuldigen en publiekelijk beschadigen van de betrokkenen. De man bekende dit bij de rechtbank.
Gezag democratische rechtsstaat aangetast
Volgens de rechtbank staat het de man vrij om zich af te wenden van de overheid en argwanend te staan tegenover ambtenaren. Verder weegt de rechtbank mee dat de man handelde uit oprechte, grote zorgen over het welzijn van het kind en haar ouders. Volgens de rechtbank siert dat de man. Wat hem echter niet siert, is dat hij die zorgen heeft omgezet in een aanhoudend en escalerend patroon van persoonlijke confrontaties en beschuldigingen. Dit gedrag veroorzaakte bij de betrokkenen grote onrust en vormde een ernstige inbreuk op hun persoonlijke en professionele levenssfeer. Bovendien tast het gericht intimideren van overheidsfunctionarissen en magistraten het gezag van de democratische rechtsstaat aan.
Andere straf dan eis
De rechtbank komt tot een lagere taakstraaf dan geëist, onder andere omdat zij de man vrijspreekt van het terroristisch oogmerk met betrekking tot de bedreiging.
Naast de taakstraf en de voorwaardelijke celstraf (proeftijd 2 jaar) legt de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel op in de vorm van een contactverbod met de slachtoffers, om herhaling in de toekomst te voorkomen.
Vordering schadevergoeding afgewezen
De rechtbank wijst de vordering van een medewerker van Jeugdbescherming af, omdat de wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt.

12.4 ℃











































