AMSTERDAM - Het gerechtshof Amsterdam legde vandaag een celstraf op van 11 jaar aan een 48-jarige man voor het doden van zijn levenspartner Susanna Boon in 2016. De rechtbank sprak de man eerder vrij van doodslag vanwege onvoldoende bewijs. Het hof weegt de feiten en omstandigheden als sterker belastend dan de rechtbank en vindt dat de verdachte daarover meer moet uitleggen.

Dood door wurging

De man gaf de 51-jarige Susanna Boon, op 9 januari 2016 als vermist op. Volgens de man verliet zij na een ruzie in de nacht van 7 op 8 januari dronken hun huis in Amsterdam. De zaak is op 15 maart 2016 in Opsporing Verzocht geweest. Op 29 maart 2016 werd haar stoffelijk overschot aangetroffen in het Zandenbos bij Nunspeet door een wandelaar. Uit onderzoek van de patholoog bleek dat zij door verwurging om het leven was gebracht.

Overwegingen hof

Het hof is van oordeel dat het niet anders kan dan dat de verdachte zijn levenspartner Susanna door verwurging om het leven heeft gebracht. Hij is de laatste die haar levend heeft gezien en toen ruzie met haar had in hun woning. Belangrijke vragen over haar verdwijning wil de man niet beantwoorden terwijl de zeer belastende omstandigheden daar wel om vragen:

• Zo zegt de man niet hoe de ruzie precies is verlopen en waar hij was de dag na haar verdwijning op 8 januari tussen 12.15 uur en 15.09 uur, terwijl hij toen tijd had om vanuit Amsterdam naar de bossen van Nunspeet te rijden.
• De man was erg bekend met de plek waar Susanna is gevonden, een plek die voor anderen niet makkelijk vindbaar is.
• Susanna is aangetroffen in andere kleding dan de man had opgegeven, terwijl uit forensisch onderzoek blijkt dat de kleding uit hun gezamenlijke woning moet zijn gekomen.
• De man zegde haar FNV-lidmaatschap enkele dagen na haar vermissing op en woonde enkele weken daarna samen met een andere vrouw in de woning.

Bovendien was de relatie tussen de verdachte en Susanna op het moment van haar verdwijning erg slecht en wilde zij hem het huis uitzetten.

Uitspraak

Het hof veroordeelt de man voor het opzettelijk van het leven beroven van zijn levenspartner. Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij de dochters van Susanna hun moeder op zeer grove wijze heeft ontnomen, hij haar als vermist heeft opgegeven en geen vragen heeft willen beantwoorden over wat er is gebeurd.

Het hof acht een gevangenisstraf van 12 jaar passend, waarbij het hof gebonden is aan de toen geldende maximumstraf van 15 jaar voor doodslag. Daarvan trekt het hof 1 jaar af vanwege de erg lange overschrijding van de redelijke termijn in de rechtbankfase.