In 2024 woonden minder zestigers samen met een partner dan tien jaar eerder. Steeds vaker hebben ze een LAT-relatie of zijn ze single. Mannen in deze leeftijdsgroep hebben vaker een LAT-relatie dan vrouwen. Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de enquête Sociale Samenhang en Welzijn.
Er zullen in de toekomst steeds meer ouderen zijn. Vooral het aantal ouderen dat zonder partner woont neemt naar verwachting sterk toe, van 1,4 miljoen in 2024 naar 2,1 miljoen in 2070. Niet iedereen die alleen woont is single. Een deel van hen heeft een vaste partner maar woont daar niet mee samen: zij hebben een LAT-relatie.
Van de 60- tot 70-jarigen heeft 5 procent een LAT-relatie en 70 procent woont samen met hun partner. Bij 70- tot 80-jarigen is dat iets lager: 3 procent had een LAT-relatie en 66 procent woonde samen met hun partner. Vergeleken met 2014 is vooral onder zestigers het aandeel LAT-relaties toegenomen. Tien jaar geleden had nog 3 procent van de zestigers een LAT-relatie.
Vooral jongeren (18 tot 30 jaar) hebben vaak LAT-relaties: bijna 21 procent heeft een vaste partner, maar woont nog niet samen. Dit komt deels doordat ze nog bij de ouders wonen.
Steeds minder zestigers wonen samen
Steeds minder zestigers wonen samen met hun partner: 70 procent in 2024, tegen 76 procent in 2014. Een belangrijke reden hiervoor is dat de huidige 60- tot 70-jarigen vaker gescheiden zijn dan tien jaar eerder.
Mannen in deze leeftijdsgroep hebben vaker een partner en wonen daar ook vaker mee samen dan hun vrouwelijke leeftijdsgenoten: 73 procent, tegenover 68 procent van de vrouwen. Ook hebben mannen van deze leeftijd vaker een LAT-relatie (23 procent, tegenover 13 procent van de vrouwen).
Zeventigers: mannen vaker een partner, verschillen worden kleiner
Ook mannen van 70 tot 80 jaar hebben vaker een partner dan vrouwen. Zij wonen vaker samen met een partner en hebben vaker een LAT-relatie. 76 procent van de mannelijke zeventigers woont samen met een partner, tegenover 57 procent van de vrouwen. Daarnaast heeft 4 procent van de mannen een LAT-relatie, tegenover 2 procent van de vrouwen.
Vergeleken met 2014 zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen in deze leeftijdsgroep kleiner geworden. Mannen wonen iets minder vaak samen, terwijl vrouwen juist iets vaker samenwonen. Dat komt vooral doordat de levensverwachting vooral onder mannen de afgelopen tien jaar is toegenomen, waardoor vrouwen minder vaak alleen komen te staan na het overlijden van hun partner.
Waarom oudere mannen vaker een partner hebben
Dat mannen van 60 tot 80 jaar vaker een partner hebben dan vrouwen, heeft meerdere oorzaken. Er zijn in deze leeftijdsgroep meer vrouwen dan mannen, omdat mannen gemiddeld eerder overlijden. Ook is de man in man-vrouw-paren gemiddeld enkele jaren ouder dan de vrouw. Daarnaast blijkt uit eerder onderzoek dat alleenstaande vrouwen van 50 jaar of ouder minder vaak een partner willen dan alleenstaande mannen.
Vrouwen blijven vaker single na overlijden partner
Bij mannen van 60 jaar of ouder komt een LAT-relatie vaker voor onder gescheiden en verweduwde mannen, dan onder mannen die nooit getrouwd zijn geweest. Bij vrouwen van die leeftijd komen LAT-relaties vooral voor bij gescheiden vrouwen en bij vrouwen die nooit getrouwd zijn geweest. Verweduwde vrouwen hebben juist minder vaak een LAT-relatie.
Bron: CBS

8.3 ℃


































